Library‎ > ‎Book reviews‎ > ‎

Karssen, G. - Life and work of Dr. Johannes Govertus de Man

Geplaatst 19 feb. 2011 05:03 door Historie van de Oceanografie Club   [ 18 nov. 2014 03:11 bijgewerkt ]
Karssen, G., 2006. Life and work of Dr Johannes Govertus de Man (1850–1930), a Crustacea and Nematoda specialist. Brill, Leiden, pp. 120.



Met CD waarop de Man’s monografie van vrijlevende Nederlandse nematoden, en indexen van Crustacea en Nematoda). Prijs € 81.00. ISBN 978-90-0414-969-4.

Er zijn goede redenen om in ‘ad HOC’ aandacht te besteden aan deze fraai uitgegeven  biografie van een taxonoom. De Man verwierf grote bekendheid als bewerker van de Crustacea Decapoda (krabben en kreeften) van de Siboga expeditie en hij heeft zijn leven lang het Zoölogisch Station (het latere NIOZ) vanaf de oprichting in 1876 financieel gesteund. Daarnaast was hij een pionier op het gebied van nematoden (inclusief de mariene) en een begaafd tekenaar die zijn eigen monografieën voortreffelijk illustreerde (11 platen in dit boek laten dat zien).


J.G. de Man werd geboren in Middelburg waar zijn vader arts en curator bij het Zeeuws genootschap was. De Man Sr. stimuleerde Jan’s biologische belangstelling en liet hem in Leiden studeren waar de jonge hoogleraar in de zoölogie Emil Selenka zowel zijn vriend als supervisor werd. Hij bestudeerde nematoden onder Rudolf Leuckart in Leipzig in 1872 en werd in hetzelfde jaar aangesteld als assistent op de afdeling invertebraten van het Rijksmuseum
voor Natuurlijke Historie (RMNH) te Leiden. Hij promoveerde in 1873 op een vergelijkende studie van spieren en zenuwen bij vertebraten, en werd in 1875 tot curator op het RMNH bevorderd. In 1876 kreeg hij een beurs voor een verblijf op het Stat. Zool. te Napels waar hij echter na zes weken typhus kreeg waarvan hij slechts langzaam herstelde. Toch publiceerde
hij in 1876 zijn studie van de te Napels gevonden vrijlevende mariene nematoden. De zeer verlegen de Man voelde zich ongemakkelijk in een groep mensen, werkte eigenlijk het beste alleen. Met de directeur van het RMNH Schlegel kon hij slecht opschieten. In 1882 krijgt hij
ziekteverlof en keert terug naar het ouderlijk huis in Middelburg. Hier werkte hij sindsdien en schreef er het grootste deel van zijn vele taxonomische publicaties. Hij reisde graag, schreef reisdagboeken waarvan W.S.S. van Benthem Jutting in 1951 gedeelten publiceerde (Biologisch Jaarboek Dodonaea 18: 130-259), toen zij een gedeelte van die reisboeken in het
de Man archief in het Zoologisch Museum in Amsterdam aantrof.

De Man was een hardwerkende taxonoom; aan trouwen is hij nooit toegekomen (een vergelijking met de in 2008 overleden crustaceeën specialist L.B. Holthuis ligt voor de hand). Karssen heeft met grote liefde deze fraai uitgegeven biografie samengesteld.

Gerhard C. Cadée.
Comments