The Original‎ > ‎

La Vie et les Moeurs des Animaux - 1866

Geplaatst 19 feb. 2011 05:41 door Historie van de Oceanografie Club   [ 18 nov. 2014 03:33 bijgewerkt ]
Titelplaat uit: ‘La Vie et les Moeurs des Animaux. Zoophytes et Mollusques’, van Louis Figuier (1866, Hachette, Paris, pp.500) voorstellende een aan het zeeoppervlak zeilende Argonauta een inktvisachtige. Het boek werd in het Engels uitgegeven als ‘The Ocean World: being a descriptive history of the sea and its living inhabitants’ (1868), Chapman & Hall, London. [GC]

 
 
[klik voor groter beeld]
 
Wat zijn ammonieten? Mythen en ideeën sinds Aristoteles
 
Fossielen fascineren de mens al duizenden jaren, maar waar kwamen zij vandaan? Waren het ‘figuurstenen’, ‘spelingen der natuur’? Groeiden zij door een soort ‘levenskracht’ spontaan in gesteentes, net zoals men geloofde in de ‘generatio spontanea’ waarbij organismen spontaan in modder konden ontstaan? Waren ammonieten versteende slangen? Waren zij bij de zondvloed omgekomen? Konden ammonieten uitgestorven zijn of leefden er nog ergens in de diepzee? Wat waren dan hun naaste nog levende verwanten? Argonauta en Nautilus kwamen hiervoor in aanmerking.

Aristoteles (384-322 v Chr.) beschreef al schelpen van de ‘papier-nautilus’ Argonauta, een inktvisachtige die ook in de Middellandse Zee leeft. Zijn mededeling dat Argonauta en de verwante ‘parelmoer-nautilus’ (Nautilus) zeilend aan het oppervlak van de zee leefden, heeft grote invloed gehad op ideeën over de levenswijze van ammonieten.

Pas beschrijvingen van levende Argonauta en Nautilus door Rumphius in zijn Amboinsche Rariteitkamer (1705), nauwkeurig anatomisch onderzoek van Nautilus pompilius door Richard Owen (1832) aangevuld door Nederlandse onderzoekers als Vrolik (1841), van der Hoeven (1851) en waarnemingen aan levende Argonauta’s door Jeanette Power tussen 1832 en 1840 in Messina hebben Aristoteles’ zeilende Argonauta naar fabelland verwezen. Toch zien we in de literatuur nog tot ver in de 19e eeuw plaatjes van op het zeeoppervlak zeilende en roeiende Argonauta’s en reconstructies van het ‘leven in vroeger tijden’ met op dezelfde wijze zich voortbewegende ammonieten!

William Buckland (Bridgewater Treatise, 1836) zag in de luchtkamers “an hydraulic instrument of extraordinary delicacy, by which the animal could, at pleasure, control its ascent to the surface, or descent to the bottom of the sea.” Klopte dat?

De levenswijze van Nautilus, die net als ammonieten een schelp met luchtkamers heeft, is in de 20e eeuw uitgebreid onderzocht door vooral paleontologen zoals David Ward die daarvoor afreisden naar de Grote Oceaan. Thans kan men Nautilus in aquaria goed in leven houden. We weten daardoor dat nieuwgevormde luchtkamers aanvankelijk met vloeistof gevuld zijn en langs osmotische weg leeggepompt worden, een proces dat langzaam gaat. De druk in de luchtkamers is ongeveer 1 atmosfeer. Ze vormen niet een soort waterbalon, waarmee de dieren snel kunnen stijgen en dalen, maar dienen om Nautilus (en dus waarschijnlijk ook ammonieten) bijna even zwaar als zeewater te maken, waardoor zij zich gemakkelijker kunnen verplaatsen. De recente Nautilus is geen ‘levend fossiel’, geen anachronisme, maar een succesvolle zeer gespecialiseerde inktvisachtige met een levenswijze die sterk afwijkt van andere recente inktvisachtigen. Hij blijkt ook niet zo nauw verwant aan ammonieten als vroeger gedacht. Zij kunnen niet alle raadsels van de levenswijze van de nu uitgestorven, maar in Palaeo- en Mesozoicum zeer algemeen voorkomende ammonieten verklaren. Waarom stierven ammonieten uit rond het eind van het Krijt terwijl Nautilus bleef voortbestaan? Mogelijke oorzaken zijn predatoren die beter schelpen konden kraken en voedseltekort voor de planktonische larven als gevolg van een massasterfte onder het plankton rond de Krijt/Tertiair grens.

Hoe levende ammonieten er precies uitzagen en wat zij aten is slecht bekend. Veelbelovend is hiervoor recent onderzoek met ultramoderne apparatuur als de synchrotron (deeltjesversneller) en röntgentomografie van bijvoorbeeld Kruta et al. (Science vol. 331, 7 januari 2011). Zij laten 3D-plaatjes zien van de morfologie van kaken, rasptong en prooiresten gefossiliseerd in de woonkamer van Baculites, een ammoniet uit het Boven Krijt.

Gerhard Cadée
Comments