HOCdocs‎ > ‎Biographies‎ > ‎

Lorentz, Hendrik Antoon

Geplaatst 19 feb. 2011 06:54 door Historie van de Oceanografie Club   [ 19 feb. 2011 06:56 bijgewerkt ]

Arnhem 18.07.1853 – Haarlem 04.02.1928

Carrière:

Fysicus. Studie wis- en natuurkunde Leiden 1870–1873. Promotie Leiden 1875 summa cum laude op het proefschrift “Over de theorie van de terugkaatsing en breking van het licht”. Leraar te Arnhem 1872–1878. Gewoon hoogleraar theore­tische natuurkunde te Leiden 1878–1912, Buitengewoon hoogleraar 1912–1928. Nobelprijs voor natuurkunde in 1902. Benoemd tot curator Teylers Stichting Haarlem in 1912. Voorzitter Zuiderzee–Commissie 1918–1926.

Biografie:

Lorentz was de zoon van Gerrit Frederik Lorentz, tuinder, en Geertruida Ginkel. Hij trouwde in 1881 met Aletta Catharina Kaiser, nicht van de astronoom F. Kaiser, en kreeg 2 zoons en 2 dochters. Hij leverde belangrijke bijdragen op een breed gebied van de theoretische natuurkunde. Hij ontving de Nobelprijs samen met P. Zeeman voor hun experimenteel en theoretisch onderzoek van wat bekend staat als het “Zeeman–effect”.

Hij vervulde nationaal en internationaal talrijke functies op maatschappelijk gebied en droeg in zijn publicaties ook bij aan de verbreiding van natuurwetenschappelijke kennis. Hij speelde onder meer een belangrijke rol bij de organisatie van de Solvay-congressen waarin vooraanstaande natuurkundigen over hun vakgebied konden discussiëren. Na de Eerste Wereldoorlog zette hij zich in voor het herstel van de internationale samenwerking op intellectueel gebied. Toen hij was overleden werd dit beschouwd als een zaak van nationale rouw.

Belangrijkste oceanografische activiteiten:

De betekenis van Lorentz voor het zeeonderzoek ligt in zijn werk als voorzitter van de Zuiderzeecommissie. Als internationaal  befaamd natuurkundige gaf zijn voor­zitterschap veel gewicht aan het werk van deze commissie. Maar zijn eigen inbreng was daarnaast wezenlijk voor het verrichte onderzoek. Hij ontwikkelde hij een mathematisch model van de Wadden- en Zuiderzee om de effecten van de afdamming op de getijden te onderzoeken en voerde daarbij een linearisatie van de bodemwrijving in die sindsdien bekend staat als de Lorenz linearisatie. (Verslag Staatscommissie Zuiderzee 1918 - 1926. Den Haag 1926).

Bibliografie:

  • In: H.A. Lorentz collected papers (1939) Vol IX.
  • Kamerlingh Onnes, H. (1912). H.A. Lorentz. In: Chemisch Weekblad 9: 942-961.

Referenties:

  • Beek, L. (2004). De geschiedenis van de Nederlandse natuurwetenschap. Kok, Kampen.
  • Kox, A.J. (1980). In: Van Stevin tot Lorentz. Portretten van Nederlandse natuurwetenschappers. Bert Bakker, Amsterdam. 2e herzien uitgave 1990.
  • Snelders, H.A.M. (1979). In: Biografisch woordenboek van Nederland 1.
  • Saris, F. en R. Visser (red.) (2005). Zeeman, P. (1928). In: Trots en twijfel. Kopstukken uit de Nederlandse natuurwetenschap van de twintigste eeuw. Meulenhof, Amsterdam.

Autografie:


Comments