HOCdocs‎ > ‎Biographies‎ > ‎

van Andel, Tjeerd Hendrik

Geplaatst 10 apr. 2011 03:04 door Historie van de Oceanografie Club   [ 29 aug. 2011 00:37 bijgewerkt ]
Rotterdam 1923 – Cambridge 17.09.2010

Omdat hij het grootste deel van zijn carriere in Amerika doorbracht, is hij voor een deel van de oceanografische gemeenschap van Nederland misschien minder goed bekend, hoewel hij in de geest en in de praktijk een van de voorlopers is geweest op het gebied van de marien geologie en oceanografie, dat na de tweede wereldoorlog in Nederland tot ontwikkeling kwam.

In Nederland was in die periode een kleine groep onderzoekers rond de internationaal vooraanstaande Prof. Dr. Ph. Kuenen (hoogleraar/directeur van het toenmalig Instituut voor Mariene Geologie van de Universiteit Groningen) actief met de studie van recente sedimenten. Van Andel leerde in 1940 Kuenen kennen, wilde eigenlijk archeologie, maar ging geologie studeren en werd assistent tot hij afstudeerde (1948) en promoveerde (1950) bij Kuenen. Hij voerde samen met Henk Postma, de latere directeur van het NIOZ en internationaal bekend stimulator van zeeonderzoek, in 1952 de eerste post WO-II Nederlandse mariene expeditie uit naar de Golf van Paria, op de continentale shelf van Venezuela (Figs. 1, 2). Deze expeditie werd opgezet door Kuenen en ondersteund (financieel en materieel) door de voorloper van Shell, de Bataafse Petroleum Maatschappij. Kuenen schreef hierover (van Andel en Postma, 1954): “the field work was carried out in two parts, the first in 1952 comprising the Gulf of Paria …, the second in 1953 dealing with open shelves”. In de introductie gaat van Andel in op het voor die tijd nieuwe aspect “the study of recent sediments is not a new field in oceanography and marine geology ….. However, these [19th century expeditions, TvW] investigations have been concerned exclusively with the sediments of the deep ocean floor .... and the study of nearshore and shelf sediments has received much less attention”.

De Golf van Paria, Venezuela (Foto: Tjeerd van Andel)

Hij legt daarna een interessante, nog steeds geldige link naar de noodzaak van goede instrumentatie voor marien werk en de noodzaak van goede “financial backing” door te stellen “... lack of suitable instruments greatly impeded progress” en “in absence of large scale financial backing the cost of work at sea often was prohibitive”. Pas door realisatie van het economisch belang van shelf en (later) van continental slope afzettingen van sedimenten voor oliemaatschappijen kwam hierin verandering. De noodzaak van beschikbaarheid en afhankelijkheid van adequate instrumentatie bracht van Andel later treffend onder woorden toen hij in 1986 de vooruitgang in de oceanografie beschreef “Technology clearly has been a great mover and shaker and the days when one managed to repair everything on board with hammer and screwdriver have long given way to skilled technicians who maintain and run instruments of which the scientist-owner sometimes only understands the output”. Dit gevoel zal velen van ons niet vreemd zijn en de onderliggende gedachte is nog steeds relevant!

Over de uitvoering van de Orinoco expeditie, grotendeels betaald door BPM, zegt hij achteraf (van Andel, 1986): “Yet looking back to the years around 1950 when Henk Postma and I within a few years of each other and to some degree by chance entered this discipline [oceanography, TvW], it strikes me as remarkable how much that is now taken for granted …, was then unknown, not just to us but to anyone. Chance was again what brought us together on an improvised and somewhat ramshackle research vessel (Fig. 2), jointly in charge of a study of sediments and sedimentation in the shallow seas of the Orinoco delta”.

De jonge Henk Postma in 1952 bij het onderzoek van de Golf van Paria, Venezuela (Foto: Tjeerd van Andel)

Het moderne aan de door van Andel en Postma uitgevoerde studies was niet alleen dat shelf sedimentatie en sedimenten werden onderzocht, maar dat deze bevindingen in een oceanografische context werden bekeken, zoals Postma schrijft (van Andel en Postma, 1954): “The purpose of the hydrographical investigations was two-fold … to outline the distribution pattern of water masses and the movement of water. Secondly, the transport of suspended matter has been studied in relation to water movement. Besides … these investigations provide basic information for the interpretation of the distribution of sedimentary facies”.

Van Andel schrijft later nog een vervolgartikel over de Orinoco expeditie (van Andel en Sachs, 1964) dat echter niet de belangstelling kreeg die het volgens hem wel verdiend had [pers. com. TvW], waarin de resultaten van een systematische opname van de Golf van Paria met behulp van een soort penetrerend echolood worden geplaatst in het licht van de Holocene transgressie.

In retrospect kan deze Orinoco Expeditie worden gezien als de post WO-II revival van het Nederlandse wetenschappelijke mariene zee- en oceaangaande onderzoek, dat voor WO-II reeds een grote vlucht had genomen, vooral in het voormalig Nederlands Oost–Indie (waar van Andel ook gedeeltelijk was groot gebracht) en wel met name van de opbouw van het sedimentologisch onderzoek van recente marine sedimenten.

Voor het Nederlandse mariene onderzoek ging van Andel verloren, in die zin, dat hij kort na deze expeditie en publikatie van de resultaten besloot om weg te gaan bij Shell. Eerst ging hij werken bij het Scripps Institute of Oceanography en later bij Oregon State University waar hij in 1968 hoogleraar werd, gevolgd door een hoogleraarschap in Oceanography and Geophysics bij Stanford vanaf 1976. In deze periode maakte hij verschillende zeereizen. Een van de eerste gebieden waar hij zijn onderzoek op richt is de Sahul shelf en Timor zee (van Andel en Veevers, 1967) en nog steeds is hij geinteresseerd in ondiepe shelfzeeën, zij het nu vanuit een ander perspectief: “The Sahul shelf is a very wide open platform, one of the widest in the world ... In many ways the setting is probably quite similar to that of the Paleozoic and Mesozoic epicontinental seas” [impliciet de gedachte ‘the present is the key to the past’, TvW] .... en “The purpose of this bulletin is to define and characterize the broad sedimentary facies units … and to discuss the oceanographic geological, morphological and biological factors that control them”.

Later was van Andel ondermeer een van de eerste personen die deelnamen aan duiktochten met de onderzeer Alvin van Woods Hole Oceanographic Institution naar de mid-Atlantic Ridge waarbij voor het eerst ooit, in 1977 “black smokers” werden waargenomen evenals de totaal onverwachte, ermee geassocieerde benthische fauna. Zelf schreef hij hier heel bescheiden over (van Andel, 1986): “Even less well recognized has been the role of chance in discovery, a blessing of nature”. En, na het Frans–Amerikaanse Mid Atlantic Ridge programma: “Seeking a research problem that would give us a chance to secure the necessary funding … to maintain access to a viable deep submersible we [Richard von Herzen (WHOI) en van Andel, TvW] thought to test the suggestion that new oceanic crust is not only cooled by heat conduction but also by circulating cold sea water through cracks and fissures”.

Tjeerd van Andel (door Anastasia Sotiropoulos)

De brede interesse van van Andel blijkt niet alleen uit zijn betrokkenheid bij bovenstaande duiktochten, maar ook uit zijn grote inzet voor het van de grond tillen (en houden) van het nu nog lopende ODP (toen DSDP) boorprogramma dat in de loop van 50 jaar een schat aan oceanografische en geologische gegevens van korst en plaat processen, grootschalige oceaancirculatie, klimatologische effecten op stroming etc. etc. heeft opgeleverd. In de nadagen van zijn carriere, nadat hij naar Cambridge was verhuisd (waar hij na zijn pensionering in 1988 als Honorary professor of Earth History, Quaternary Science and Geo-archeology werd benoemd) heeft van Andel zich tot op hoge leeftijd weer gedeeltelijk bezig gehouden met het vak dat hij eigenlijk had willen studeren, archeologie. Hij keek o.a. naar effecten van zeespiegelrijzing op oude culturen, en ook op de response van de mens op door klimaat en milieu veroorzaakte veranderingen van het landschap. Ook hierbij was
hij toonaangevend.

Literatuur:
  • Van Andel, Tj.H., 1986. Five easy questions to the sea. Neth. J. Sea Res. 20(2/3): 103-107.
  • Van Andel, Tj.H. en H. Postma, 1954. Recent sediments of the Gulf of Paria. Verh. Kon. Ned. Akad. Wetensch. 20(5): 1-245.
  • Van Andel, Tj.H. en P.L. Sachs, 1964. Sedimentation in the Gulf of Paria during the Holocene transgression: a subsurface acoustic reflection study. J. marine Res. 22(1): 30-50.
  • Van Andel, Tj.H. en J.J. Veevers, 1967. Morphology and sediments of the Timor Sea. B.M.R. Bull. 83. 173 pp. + app.

ą
Historie van de Oceanografie Club,
10 apr. 2011 03:11
ą
Historie van de Oceanografie Club,
10 apr. 2011 03:11
ą
Historie van de Oceanografie Club,
10 apr. 2011 03:11
Comments