HOCdocs‎ > ‎Biographies‎ > ‎

Vening Meinesz, Felix Andries

Geplaatst 19 feb. 2011 06:40 door Historie van de Oceanografie Club   [ 19 feb. 2011 06:41 bijgewerkt ]

Den Haag 30.07.1887 - Amersfoort 10.08.1966

Carrière:

Geodeet en geofysicus. Studie Civiel Ingenieur Delft, 1905 (?)-1910. Medewerker Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing (Rijkscommissie voor Geodesie) 1910. Promotie 1915 cum laude op proefschrift “Bijdrage tot de theorie der slingerwaarnemingen.”. Lid KNAW 1927. Buitengewoon hoogleraar Utrecht 1927-1957 en TH Delft 1939-1957. Hoofddirecteur KNMI 1945-1951.

Biografie:

Vening Meinesz werd geboren als zoon van S.A. Meinesz, burgemeester van Rotterdam (1881-1891), later van Amsterdam (1891-1901) - die in 1893 zijn naam veranderde door toevoeging van de naam van zijn moeder in Vening Meinesz – en van jkvr. Cornelia Anna Clasina den Tex. Hij ontwikkelde het naar hem genoemde slingerapparaat voor metingen op zee op grond van de ervaringen bij de slingermetingen op de slappe bodem van west Nederland. Door goede samenwerking met de marine kon hij bij zijn metingen gebruik maken van onderzeeërs en was hij in de gelegenheid wereldwijd zwaartekrachtmetingen op zee uit te voeren, te beginnen met de reis met de K II via het Suez kanaal naar Indië. Van de volgende 11 tochten tussen 1925 en 1939 is die van de K 18 (1935 naar Indië via Kaapstad) wel het bekendst. Ook deed hij in 1928 met Amerikaanse onderzoekers waarnemingen in Amerikaanse wateren. Deze waarnemingen gaven een beeld van de variaties in de zwaartekracht dat voor Vening Meinesz aanleiding was tot het ontwikkelen van belangrijke geofysische theorieën.

Tijdens de oorlog verzette hij zich tegen de Duitse maatregelen aan de universiteiten. Het prestige dat hij hiermee verwierf leidde er mede toe dat hij na de oorlog op verschillende plaatsen belangrijke invloed had bij de wederopbouw van het wetenschappelijk onderzoek, zo gaf hij als hoofddirecteur van het KNMI gaf leiding aan het onderzoekprogramma van dit instituut. Ook was hij in bredere zin betrokken bij de stimulering van het Nederlands wetenschappelijk onderzoek zoals dat in ZWO vorm zou krijgen. Ook gaf hij nog leiding aan een vijftal zwaartekrachtsexpedities, waarvan hij er zelf nog één meemaakte. In die tijd kwamen ook andere methodes voor zwaartekrachtsmetingen op zee in gebruik.

Hij was president van de Internationale Geodetische en Geofysische Unie (1948-1951) en ontving veel wetenschappelijke onderscheidingen.

Zijn hele leven bleef hij ongehuwd en woonde hij in Amersfoort in zijn ouderlijk huis.

Belangrijkste oceanografische activiteiten:

Het door Vening Meinesz ontwikkelde een apparaat opende de mogelijkheid voor geofysisch onderzoek op zee. Deze waarnemingen betekenden de eerste nauwkeurige geodetische gegevens van de oceaan. Door de hieruit afgeleide theoretische inzichten over de krachten die werkzaam zijn in de aardkorst leverde hij ook belangrijke bijdragen tot de geofysica. Als hoofddirecteur van het KNMI na de oorlog gaf hij leiding aan de vernieuwde opbouw van het instituut als breed Nederlands geofysisch kenniscentrum.

Hij schreef de standaardwerken “The earth and its gravity field”, 1958 (samen met W.A. Heiskanen) en “The earth’s crust and mantle”, 1964.

Bibliografie:

  • Varii, 1957.

Referenties:

  • Bakker, J.P. (1966). Tijdschr. Kon. Ned. Aardrijksk. Genootsch. 2e reeks 83.
  • Beek, L. (2004). De geschiedenis van de Nederlandse natuurwetenschap.
  • Bruins, G.J. (1966). De Ingenieur 78.
  • Collette, B.J. (1966). Geologie en Mijnbouw 45.
  • Jong, W. de (1966). Geografisch Tijdschift. 19.
  • Nieuwenkamp, W. (1967). In: Jaarboek KNAW 1966-1967.
  • Ritsema, A.R. (1966). De Zee 87.
  • Thiadens, A.A. (1985). In: Biografisch woordenboek van Nederland 2.
  • Varii (1957). In: Gedenkboek F.A. Vening Meinesz. Verh. Kon. Nederlands Geologisch- Mijnbouwk. Genootschap, Geol serie 18.
Comments